Alle vervoegingen van het werkwoord gaan

infinitivus - infinitiefinfinitive
gaan
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • ga
 
  • ga jij/je?
jij, je
  • gaat
u
  • gaat
hij
zij, ze
het
men
  • gaat
zij, ze
wij, we
jullie
  • gaan
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ging
zij, ze
wij, we
jullie
  • gingen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gegaan
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • gaand
vertalingenglish translation
  • to go
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
ingaan
  • ga in
  • gaat in
  • ging in
  • gingen in
ingegaan
    losgaan
    • ga los
    • gaat los
    • ging los
    • gingen los
    losgegaan
      aangaan
      • ga aan
      • gaat aan
      • ging aan
      • gingen aan
      aangegaan
        achternagaan
        • ga achterna
        • gaat achterna
        • ging achterna
        • gingen achterna
        achternagegaan
          achteruitgaan
          • ga achteruit
          • gaat achteruit
          • ging achteruit
          • gingen achteruit
          achteruitgegaan
            afgaan
            • ga af
            • gaat af
            • ging af
            • gingen af
            afgegaan
              binnengaan
              • ga binnen
              • gaat binnen
              • ging binnen
              • gingen binnen
              binnengegaan
              • to enter
              • to go inside
              buitengaan
              • ga buiten
              • gaat buiten
              • ging buiten
              • gingen buiten
              buitengegaan
                dichtgaan
                • ga dicht
                • gaat dicht
                • ging dicht
                • gingen dicht
                dichtgegaan
                  doodgaan
                  • ga dood
                  • gaat dood
                  • ging dood
                  • gingen dood
                  doodgegaan
                    doorgaan
                    • ga door
                    • gaat door
                    • ging door
                    • gingen door
                    doorgegaan
                      heengaan
                      • ga heen
                      • gaat heen
                      • ging heen
                      • gingen heen
                      heengegaan
                        kapotgaan
                        • ga kapot
                        • gaat kapot
                        • ging kapot
                        • gingen kapot
                        kapotgegaan
                          langsgaan
                          • ga langs
                          • gaat langs
                          • ging langs
                          • gingen langs
                          langsgegaan
                            meegaan
                            • ga mee
                            • gaat mee
                            • ging mee
                            • gingen mee
                            meegegaan
                              misgaan
                              • ga mis
                              • gaat mis
                              • ging mis
                              • gingen mis
                              misgegaan
                                nagaan
                                • ga na
                                • gaat na
                                • ging na
                                • gingen na
                                nagegaan
                                  neergaan
                                  • ga neer
                                  • gaat neer
                                  • ging neer
                                  • gingen neer
                                  neergegaan
                                    omgaan
                                    • ga om
                                    • gaat om
                                    • ging om
                                    • gingen om
                                    omgegaan
                                      omhooggaan
                                      • ga omhoog
                                      • gaat omhoog
                                      • ging omhoog
                                      • gingen omhoog
                                      omhooggegaan
                                        omlaaggaan
                                        • ga omlaag
                                        • gaat omlaag
                                        • ging omlaag
                                        • gingen omlaag
                                        omlaaggegaan
                                          ondergaan
                                          • ga onder
                                          • gaat onder
                                          • ging onder
                                          • gingen onder
                                          ondergegaan
                                            onderuitgaan
                                            • ga onderuit
                                            • gaat onderuit
                                            • ging onderuit
                                            • gingen onderuit
                                            onderuitgegaan
                                              opengaan
                                              • ga open
                                              • gaat open
                                              • ging open
                                              • gingen open
                                              opengegaan
                                                opgaan
                                                • ga op
                                                • gaat op
                                                • ging op
                                                • gingen op
                                                opgegaan
                                                  overgaan
                                                  • ga over
                                                  • gaat over
                                                  • ging over
                                                  • gingen over
                                                  overgegaan
                                                    rondgaan
                                                    • ga rond
                                                    • gaat rond
                                                    • ging rond
                                                    • gingen rond
                                                    rondgegaan
                                                      samengaan
                                                      • ga samen
                                                      • gaat samen
                                                      • ging samen
                                                      • gingen samen
                                                      samengegaan
                                                        schoolgaan
                                                        • ga school
                                                        • gaat school
                                                        • ging school
                                                        • gingen school
                                                        schoolgegaan
                                                          schootgaan
                                                          • ga schoot
                                                          • gaat schoot
                                                          • ging schoot
                                                          • gingen schoot
                                                          schootgegaan
                                                            schuilgaan
                                                            • ga schuil
                                                            • gaat schuil
                                                            • ging schuil
                                                            • gingen schuil
                                                            schuilgegaan
                                                              stukgaan
                                                              • ga stuk
                                                              • gaat stuk
                                                              • ging stuk
                                                              • gingen stuk
                                                              stukgegaan
                                                                tegengaan
                                                                • ga tegen
                                                                • gaat tegen
                                                                • ging tegen
                                                                • gingen tegen
                                                                tegengegaan
                                                                  tekeergaan
                                                                  • ga tekeer
                                                                  • gaat tekeer
                                                                  • ging tekeer
                                                                  • gingen tekeer
                                                                  tekeergegaan
                                                                    platgaan
                                                                    • ga plat
                                                                    • gaat plat
                                                                    • ging plat
                                                                    • gingen plat
                                                                    platgegaan
                                                                      bijgaan
                                                                      • ga bij
                                                                      • gaat bij
                                                                      • ging bij
                                                                      • gingen bij
                                                                      bijgegaan
                                                                        achtergaan
                                                                        • ga achter
                                                                        • gaat achter
                                                                        • ging achter
                                                                        • gingen achter
                                                                        achtergegaan
                                                                          opzijgaan
                                                                          • ga opzij
                                                                          • gaat opzij
                                                                          • ging opzij
                                                                          • gingen opzij
                                                                          opzijgegaan
                                                                            diepgaan
                                                                            • ga diep
                                                                            • gaat diep
                                                                            • ging diep
                                                                            • gingen diep
                                                                            diepgegaan
                                                                              tenietgaan
                                                                              • ga teniet
                                                                              • gaat teniet
                                                                              • ging teniet
                                                                              • gingen teniet
                                                                              tenietgegaan
                                                                              • to dwindle
                                                                              teruggaan
                                                                              • ga terug
                                                                              • gaat terug
                                                                              • ging terug
                                                                              • gingen terug
                                                                              teruggegaan
                                                                              • to return
                                                                              • to go back
                                                                              • to turn around
                                                                              toegaan
                                                                              • ga toe
                                                                              • gaat toe
                                                                              • ging toe
                                                                              • gingen toe
                                                                              toegegaan
                                                                                uiteengaan
                                                                                • ga uiteen
                                                                                • gaat uiteen
                                                                                • ging uiteen
                                                                                • gingen uiteen
                                                                                uiteengegaan
                                                                                • to split
                                                                                • to separate
                                                                                • to divorce
                                                                                voorbijgaan
                                                                                • ga voorbij
                                                                                • gaat voorbij
                                                                                • ging voorbij
                                                                                • gingen voorbij
                                                                                voorbijgegaan
                                                                                • to overtake
                                                                                • to pass away
                                                                                voorgaan
                                                                                • ga voor
                                                                                • gaat voor
                                                                                • ging voor
                                                                                • gingen voor
                                                                                voorgegaan
                                                                                  voortgaan
                                                                                  • ga voort
                                                                                  • gaat voort
                                                                                  • ging voort
                                                                                  • gingen voort
                                                                                  voortgegaan
                                                                                    weggaan
                                                                                    • ga weg
                                                                                    • gaat weg
                                                                                    • ging weg
                                                                                    • gingen weg
                                                                                    weggegaan
                                                                                    • to leave
                                                                                    • to go
                                                                                    • to take off