Alle vervoegingen van het werkwoord vriezen

infinitivus - infinitiefinfinitive
vriezen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • vries
 
  • vries jij/je?
jij, je
  • vriest
u
  • vriest
hij
zij, ze
het
men
  • vriest
zij, ze
wij, we
jullie
  • vriezen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • vroor
zij, ze
wij, we
jullie
  • vroren
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gevroren
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • vriezend
vertalingenglish translation
  • to freeze
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
diepvriezen
  • vries diep
  • vriest diep
  • vroor diep
  • vroren diep
diepgevroren
  • to deep freeze
afvriezen
  • vries af
  • vriest af
  • vroor af
  • vroren af
afgevroren
    dichtvriezen
    • vries dicht
    • vriest dicht
    • vroor dicht
    • vroren dicht
    dichtgevroren
      doodvriezen
      • vries dood
      • vriest dood
      • vroor dood
      • vroren dood
      doodgevroren
      • to freeze to death
      invriezen
      • vries in
      • vriest in
      • vroor in
      • vroren in
      ingevroren
      • to freeze
      • to freeze in
      kapotvriezen
      • vries kapot
      • vriest kapot
      • vroor kapot
      • vroren kapot
      kapotgevroren
        opvriezen
        • vries op
        • vriest op
        • vroor op
        • vroren op
        opgevroren
          uitvriezen
          • vries uit
          • vriest uit
          • vroor uit
          • vroren uit
          uitgevroren
            vastvriezen
            • vries vast
            • vriest vast
            • vroor vast
            • vroren vast
            vastgevroren
              stukvriezen
              • vries stuk
              • vriest stuk
              • vroor stuk
              • vroren stuk
              stukgevroren
                aanvriezen
                • vries aan
                • vriest aan
                • vroor aan
                • vroren aan
                aangevroren