Alle vervoegingen van het werkwoord buigen

infinitivus - infinitief infinitive
buigen
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • buig
 
  • buig jij/je?
jij, je
  • buigt
u
  • buigt
hij
zij, ze
het
men
  • buigt
zij, ze
wij, we
jullie
  • buigen
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • boog
zij, ze
wij, we
jullie
  • bogen
participium - voltooid deelwoord past participle
  • gebogen
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • buigend
vertaling english translation
  • to bend
infinitivus infinitief
infinitive
presens tegenwoordige tijd
present tense
imperfectum verleden tijd
past tense
participium voltooid deelwoord
past participle
vertaling engelse vertaling
english translation
afbuigen
  • buig af
  • buigt af
  • boog af
  • bogen af
afgebogen
doorbuigen
  • buig door
  • buigt door
  • boog door
  • bogen door
doorgebogen
inbuigen
  • buig in
  • buigt in
  • boog in
  • bogen in
ingebogen
krombuigen
  • buig krom
  • buigt krom
  • boog krom
  • bogen krom
kromgebogen
meebuigen
  • buig mee
  • buigt mee
  • boog mee
  • bogen mee
meegebogen
neerbuigen
  • buig neer
  • buigt neer
  • boog neer
  • bogen neer
neergebogen
ombuigen
  • buig om
  • buigt om
  • boog om
  • bogen om
omgebogen
rechtbuigen
  • buig recht
  • buigt recht
  • boog recht
  • bogen recht
rechtgebogen
terugbuigen
  • buig terug
  • buigt terug
  • boog terug
  • bogen terug
teruggebogen
toebuigen
  • buig toe
  • buigt toe
  • boog toe
  • bogen toe
toegebogen
uitbuigen
  • buig uit
  • buigt uit
  • boog uit
  • bogen uit
uitgebogen
vooroverbuigen
  • buig voorover
  • buigt voorover
  • boog voorover
  • bogen voorover
voorovergebogen
overbuigen
  • buig over
  • buigt over
  • buigde over
  • buigden over
overgebogen