Alle vervoegingen van het werkwoord schrikken

infinitivus - infinitiefinfinitive
schrikken
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • schrik
 
  • schrik jij/je?
jij, je
  • schrikt
u
  • schrikt
hij
zij, ze
het
men
  • schrikt
zij, ze
wij, we
jullie
  • schrikken
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • schrok
zij, ze
wij, we
jullie
  • schrokken
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geschrokken
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • schrikkend
vertalingenglish translation
  • to scare
  • to be shocked
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
opschrikken
  • schrik op
  • schrikt op
  • schrok op
  • schrokken op
opgeschrokken
    doodschrikken
    • schrik dood
    • schrikt dood
    • schrok dood
    • schrokken dood
    doodgeschrokken
      terugschrikken
      • schrik terug
      • schrikt terug
      • schrok terug
      • schrokken terug
      teruggeschrokken