Alle vervoegingen van het werkwoord meten

infinitivus - infinitiefinfinitive
meten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • meet
 
  • meet jij/je?
jij, je
  • meet
u
  • meet
hij
zij, ze
het
men
  • meet
zij, ze
wij, we
jullie
  • meten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • mat
zij, ze
wij, we
jullie
  • maten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gemeten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • metend
vertalingenglish translation
  • to measure
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aanmeten
  • meet aan
  • mat aan
  • maten aan
aangemeten
    afmeten
    • meet af
    • mat af
    • maten af
    afgemeten
      doormeten
      • meet door
      • mat door
      • maten door
      doorgemeten
        inmeten
        • meet in
        • mat in
        • maten in
        ingemeten
          nameten
          • meet na
          • mat na
          • maten na
          nagemeten
            opmeten
            • meet op
            • mat op
            • maten op
            opgemeten
              toemeten
              • meet toe
              • mat toe
              • maten toe
              toegemeten
                uitmeten
                • meet uit
                • mat uit
                • maten uit
                uitgemeten