Alle vervoegingen van het werkwoord binden

infinitivus - infinitiefinfinitive
binden
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • bind
 
  • bind jij/je?
jij, je
  • bindt
u
  • bindt
hij
zij, ze
het
men
  • bindt
zij, ze
wij, we
jullie
  • binden
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • bond
zij, ze
wij, we
jullie
  • bonden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gebonden
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • bindend
vertalingenglish translation
  • to tie
  • to bind
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aanbinden
  • bind aan
  • bindt aan
  • bond aan
  • bonden aan
aangebonden
    afbinden
    • bind af
    • bindt af
    • bond af
    • bonden af
    afgebonden
      bijeenbinden
      • bind bijeen
      • bindt bijeen
      • bond bijeen
      • bonden bijeen
      bijeengebonden
        dichtbinden
        • bind dicht
        • bindt dicht
        • bond dicht
        • bonden dicht
        dichtgebonden
          inbinden
          • bind in
          • bindt in
          • bond in
          • bonden in
          ingebonden
            losbinden
            • bind los
            • bindt los
            • bond los
            • bonden los
            losgebonden
              ombinden
              • bind om
              • bindt om
              • bond om
              • bonden om
              omgebonden
                onderbinden
                • bind onder
                • bindt onder
                • bond onder
                • bonden onder
                ondergebonden
                  opbinden
                  • bind op
                  • bindt op
                  • bond op
                  • bonden op
                  opgebonden
                    samenbinden
                    • bind samen
                    • bindt samen
                    • bond samen
                    • bonden samen
                    samengebonden
                      vastbinden
                      • bind vast
                      • bindt vast
                      • bond vast
                      • bonden vast
                      vastgebonden
                      • to tie up
                      • to secure
                      voorbinden
                      • bind voor
                      • bindt voor
                      • bond voor
                      • bonden voor
                      voorgebonden
                        toebinden
                        • bind toe
                        • bindt toe
                        • bond toe
                        • bonden toe
                        toegebonden