Alle vervoegingen van het werkwoord bakken

infinitivus - infinitiefinfinitive
bakken
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • bak
 
  • bak jij/je?
jij, je
  • bakt
u
  • bakt
hij
zij, ze
het
men
  • bakt
zij, ze
wij, we
jullie
  • bakken
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • bakte
zij, ze
wij, we
jullie
  • bakten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gebakken
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • bakkend
vertalingenglish translation
  • to bake
  • to fry
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
meebakken
  • bak mee
  • bakt mee
  • bakte mee
  • bakten mee
meegebakken
    aanbakken
    • bak aan
    • bakt aan
    • bakte aan
    • bakten aan
    aangebakken
      afbakken
      • bak af
      • bakt af
      • bakte af
      • bakten af
      afgebakken
        bruinbakken
        • bak bruin
        • bakt bruin
        • bakte bruin
        • bakten bruin
        bruingebakken
        • to brown
        inbakken
        • bak in
        • bakt in
        • bakte in
        • bakten in
        ingebakken
          opbakken
          • bak op
          • bakt op
          • bakte op
          • bakten op
          opgebakken
            uitbakken
            • bak uit
            • bakt uit
            • bakte uit
            • bakten uit
            uitgebakken
              vastbakken
              • bak vast
              • bakt vast
              • bakte vast
              • bakten vast
              vastgebakken
                voorbakken
                • bak voor
                • bakt voor
                • bakte voor
                • bakten voor
                voorgebakken