Alle vervoegingen van het werkwoord zwemmen

infinitivus - infinitiefinfinitive
zwemmen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • zwem
 
  • zwem jij/je?
jij, je
  • zwemt
u
  • zwemt
hij
zij, ze
het
men
  • zwemt
zij, ze
wij, we
jullie
  • zwemmen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • zwom
zij, ze
wij, we
jullie
  • zwommen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gezwommen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • zwemmend
vertalingenglish translation
  • to swim
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aanzwemmen
  • zwem aan
  • zwemt aan
  • zwom aan
  • zwommen aan
aangezwommen
    afzwemmen
    • zwem af
    • zwemt af
    • zwom af
    • zwommen af
    afgezwommen
      droogzwemmen
      • zwem droog
      • zwemt droog
      • zwom droog
      • zwommen droog
      drooggezwommen
        inzwemmen
        • zwem in
        • zwemt in
        • zwom in
        • zwommen in
        ingezwommen
          overzwemmen
          • zwem over
          • zwemt over
          • zwom over
          • zwommen over
          overgezwommen
            rondzwemmen
            • zwem rond
            • zwemt rond
            • zwom rond
            • zwommen rond
            rondgezwommen
              wegzwemmen
              • zwem weg
              • zwemt weg
              • zwom weg
              • zwommen weg
              weggezwommen
                meezwemmen
                • zwem mee
                • zwemt mee
                • zwom mee
                • zwommen mee
                meegezwommen
                  doorzwemmen
                  • zwem door
                  • zwemt door
                  • zwom door
                  • zwommen door
                  doorgezwommen