Alle vervoegingen van het werkwoord wijken

infinitivus - infinitiefinfinitive
wijken
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • wijk
 
  • wijk jij/je?
jij, je
  • wijkt
u
  • wijkt
hij
zij, ze
het
men
  • wijkt
zij, ze
wij, we
jullie
  • wijken
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • week
zij, ze
wij, we
jullie
  • weken
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geweken
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • wijkend
vertalingenglish translation
  • to yield
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
achteruitwijken
  • wijk achteruit
  • wijkt achteruit
  • week achteruit
  • weken achteruit
achteruitgeweken
    afwijken
    • wijk af
    • wijkt af
    • week af
    • weken af
    afgeweken
    • to deviate
    • to differ from
    inwijken
    • wijk in
    • wijkt in
    • week in
    • weken in
    ingeweken
      terugwijken
      • wijk terug
      • wijkt terug
      • week terug
      • weken terug
      teruggeweken
        uitwijken
        • wijk uit
        • wijkt uit
        • week uit
        • weken uit
        uitgeweken
        • to dodge
        • to move out of the way