Alle vervoegingen van het werkwoord wassen

infinitivus - infinitiefinfinitive
wassen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • was
 
  • was jij/je?
jij, je
  • wast
u
  • wast
hij
zij, ze
het
men
  • wast
zij, ze
wij, we
jullie
  • wassen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • wies
zij, ze
wij, we
jullie
  • wiesen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gewassen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • wassend
vertalingenglish translation
  • to grow
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aanwassen
  • was aan
  • wast aan
  • wies aan
  • wiesen aan
aangewassen
    opwassen
    • was op
    • wast op
    • wies op
    • wiesen op
    opgewassen
      uitwassen
      • was uit
      • wast uit
      • wies uit
      • wiesen uit
      uitgewassen