Alle vervoegingen van het werkwoord vangen

infinitivus - infinitiefinfinitive
vangen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • vang
 
  • vang jij/je?
jij, je
  • vangt
u
  • vangt
hij
zij, ze
het
men
  • vangt
zij, ze
wij, we
jullie
  • vangen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ving
zij, ze
wij, we
jullie
  • vingen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gevangen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • vangend
vertalingenglish translation
  • to catch
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
afvangen
  • vang af
  • vangt af
  • ving af
  • vingen af
afgevangen
    aanvangen
    • vang aan
    • vangt aan
    • ving aan
    • vingen aan
    aangevangen
    • to commence
    invangen
    • vang in
    • vangt in
    • ving in
    • vingen in
    ingevangen
      opvangen
      • vang op
      • vangt op
      • ving op
      • vingen op
      opgevangen
      • to give shelter
      • to accommodate
      • to catch
      uitvangen
      • vang uit
      • vangt uit
      • ving uit
      • vingen uit
      uitgevangen
        wegvangen
        • vang weg
        • vangt weg
        • ving weg
        • vingen weg
        weggevangen