Alle vervoegingen van het werkwoord afvangen

infinitivus - infinitiefinfinitive
afvangen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • vang af
 
  • vang af jij/je?
jij, je
  • vangt af
u
  • vangt af
hij
zij, ze
het
men
  • vangt af
zij, ze
wij, we
jullie
  • vangen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • afvang
dat jij, je
  • afvangt
dat u
  • afvangt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afvangt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afvangen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ving af
zij, ze
wij, we
jullie
  • vingen af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • afving
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • afvingen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgevangen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • afvangend