Alle vervoegingen van het werkwoord sluipen

infinitivus - infinitiefinfinitive
sluipen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • sluip
 
  • sluip jij/je?
jij, je
  • sluipt
u
  • sluipt
hij
zij, ze
het
men
  • sluipt
zij, ze
wij, we
jullie
  • sluipen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • sloop
zij, ze
wij, we
jullie
  • slopen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geslopen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • sluipend
vertalingenglish translation
  • to sneak
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aansluipen
  • sluip aan
  • sluipt aan
  • sloop aan
  • slopen aan
aangeslopen
    binnensluipen
    • sluip binnen
    • sluipt binnen
    • sloop binnen
    • slopen binnen
    binnengeslopen
      insluipen
      • sluip in
      • sluipt in
      • sloop in
      • slopen in
      ingeslopen
        rondsluipen
        • sluip rond
        • sluipt rond
        • sloop rond
        • slopen rond
        rondgeslopen
          wegsluipen
          • sluip weg
          • sluipt weg
          • sloop weg
          • slopen weg
          weggeslopen
            terugsluipen
            • sluip terug
            • sluipt terug
            • sloop terug
            • slopen terug
            teruggeslopen
              uitsluipen
              • sluip uit
              • sluipt uit
              • sloop uit
              • slopen uit
              uitgeslopen
                opsluipen
                • sluip op
                • sluipt op
                • sloop op
                • slopen op
                opgeslopen