Alle vervoegingen van het werkwoord slapen

infinitivus - infinitiefinfinitive
slapen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • slaap
 
  • slaap jij/je?
jij, je
  • slaapt
u
  • slaapt
hij
zij, ze
het
men
  • slaapt
zij, ze
wij, we
jullie
  • slapen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • sliep
zij, ze
wij, we
jullie
  • sliepen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geslapen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • slapend
vertalingenglish translation
  • to sleap
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
doorslapen
  • slaap door
  • slaapt door
  • sliep door
  • sliepen door
doorgeslapen
    inslapen
    • slaap in
    • slaapt in
    • sliep in
    • sliepen in
    ingeslapen
    • to put to sleep
    uitslapen
    • slaap uit
    • slaapt uit
    • sliep uit
    • sliepen uit
    uitgeslapen
    • to sleep in