Alle vervoegingen van het werkwoord schijnen

infinitivus - infinitiefinfinitive
schijnen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • schijn
 
  • schijn jij/je?
jij, je
  • schijnt
u
  • schijnt
hij
zij, ze
het
men
  • schijnt
zij, ze
wij, we
jullie
  • schijnen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • scheen
zij, ze
wij, we
jullie
  • schenen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geschenen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • schijnend
vertalingenglish translation
  • to shine
  • to seem
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
afschijnen
  • schijn af
  • schijnt af
  • scheen af
  • schenen af
afgeschenen
    doorschijnen
    • schijn door
    • schijnt door
    • scheen door
    • schenen door
    doorgeschenen
      neerschijnen
      • schijn neer
      • schijnt neer
      • scheen neer
      • schenen neer
      neergeschenen
        toeschijnen
        • schijn toe
        • schijnt toe
        • scheen toe
        • schenen toe
        toegeschenen
          uitschijnen
          • schijn uit
          • schijnt uit
          • scheen uit
          • schenen uit
          uitgeschenen