Alle vervoegingen van het werkwoord scheren

infinitivus - infinitiefinfinitive
scheren
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • scheer
 
  • scheer jij/je?
jij, je
  • scheert
u
  • scheert
hij
zij, ze
het
men
  • scheert
zij, ze
wij, we
jullie
  • scheren
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • schoor
zij, ze
wij, we
jullie
  • schoren
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geschoren
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • scherend
vertalingenglish translation
  • to shave
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
afscheren
  • scheer af
  • scheert af
  • schoor af
  • schoren af
afgeschoren
    gladscheren
    • scheer glad
    • scheert glad
    • schoor glad
    • schoren glad
    gladgeschoren
      kaalscheren
      • scheer kaal
      • scheert kaal
      • schoor kaal
      • schoren kaal
      kaalgeschoren
        uitscheren
        • scheer uit
        • scheert uit
        • schoor uit
        • schoren uit
        uitgeschoren
          droogscheren
          • scheer droog
          • scheert droog
          • schoor droog
          • schoren droog
          drooggeschoren
            opscheren
            • scheer op
            • scheert op
            • schoor op
            • schoren op
            opgeschoren
              wegscheren
              • scheer weg
              • scheert weg
              • schoor weg
              • schoren weg
              weggeschoren
                natscheren
                • scheer nat
                • scheert nat
                • scheerde nat
                • scheerden nat
                natgeschoren