Alle vervoegingen van het werkwoord rijgen

infinitivus - infinitiefinfinitive
rijgen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • rijg
 
  • rijg jij/je?
jij, je
  • rijgt
u
  • rijgt
hij
zij, ze
het
men
  • rijgt
zij, ze
wij, we
jullie
  • rijgen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • reeg
zij, ze
wij, we
jullie
  • regen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geregen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • rijgend
vertalingenglish translation
  • to string
  • to lace
  • to thread
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aaneenrijgen
  • rijg aaneen
  • rijgt aaneen
  • reeg aaneen
  • regen aaneen
aaneengeregen
    aanrijgen
    • rijg aan
    • rijgt aan
    • reeg aan
    • regen aan
    aangeregen
      inrijgen
      • rijg in
      • rijgt in
      • reeg in
      • regen in
      ingeregen
        doorrijgen
        • rijg door
        • rijgt door
        • reeg door
        • regen door
        doorgeregen