Alle vervoegingen van het werkwoord winnen

infinitivus - infinitiefinfinitive
winnen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • win
 
  • win jij/je?
jij, je
  • wint
u
  • wint
hij
zij, ze
het
men
  • wint
zij, ze
wij, we
jullie
  • winnen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • won
zij, ze
wij, we
jullie
  • wonnen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gewonnen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • winnend
vertalingenglish translation
  • to win
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aanwinnen
  • win aan
  • wint aan
  • won aan
  • wonnen aan
aangewonnen
    inwinnen
    • win in
    • wint in
    • won in
    • wonnen in
    ingewonnen
      overwinnen
      • win over
      • wint over
      • won over
      • wonnen over
      overgewonnen
        terugwinnen
        • win terug
        • wint terug
        • won terug
        • wonnen terug
        teruggewonnen
          uitwinnen
          • win uit
          • wint uit
          • won uit
          • wonnen uit
          uitgewonnen