Alle vervoegingen van het werkwoord treffen

infinitivus - infinitiefinfinitive
treffen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • tref
 
  • tref jij/je?
jij, je
  • treft
u
  • treft
hij
zij, ze
het
men
  • treft
zij, ze
wij, we
jullie
  • treffen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • trof
zij, ze
wij, we
jullie
  • troffen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • getroffen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • treffend
vertalingenglish translation
  • to hit
  • to strike
  • to encounter
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aantreffen
  • tref aan
  • treft aan
  • trof aan
  • troffen aan
aangetroffen
    samentreffen
    • tref samen
    • treft samen
    • trof samen
    • troffen samen
    samengetroffen