Alle vervoegingen van het werkwoord spruiten

infinitivus - infinitiefinfinitive
spruiten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • spruit
 
  • spruit jij/je?
jij, je
  • spruit
u
  • spruit
hij
zij, ze
het
men
  • spruit
zij, ze
wij, we
jullie
  • spruiten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • sproot
zij, ze
wij, we
jullie
  • sproten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gesproten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • spruitend
vertalingenglish translation
  • to sprout
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
uitspruiten
  • spruit uit
  • sproot uit
  • sproten uit
uitgesproten
    voortspruiten
    • spruit voort
    • sproot voort
    • sproten voort
    voortgesproten