Alle vervoegingen van het werkwoord splijten

infinitivus - infinitiefinfinitive
splijten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • splijt
 
  • splijt jij/je?
jij, je
  • splijt
u
  • splijt
hij
zij, ze
het
men
  • splijt
zij, ze
wij, we
jullie
  • splijten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • spleet
zij, ze
wij, we
jullie
  • spleten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gespleten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • splijtend
vertalingenglish translation
  • to split
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
afsplijten
  • splijt af
  • spleet af
  • spleten af
afgespleten
    opensplijten
    • splijt open
    • spleet open
    • spleten open
    opengespleten