Alle vervoegingen van het werkwoord schijten

infinitivus - infinitief infinitive
schijten
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • schijt
 
  • schijt jij/je?
jij, je
  • schijt
u
  • schijt
hij
zij, ze
het
men
  • schijt
zij, ze
wij, we
jullie
  • schijten
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • scheet
zij, ze
wij, we
jullie
  • scheten
participium - voltooid deelwoord past participle
  • gescheten
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • schijtend
vertaling english translation
  • to shit
infinitivus infinitief
infinitive
presens tegenwoordige tijd
present tense
imperfectum verleden tijd
past tense
participium voltooid deelwoord
past participle
vertaling engelse vertaling
english translation
onderschijten
  • schijt onder
  • scheet onder
  • scheten onder
ondergescheten
uitschijten
  • schijt uit
  • scheet uit
  • scheten uit
uitgescheten