Alle vervoegingen van het werkwoord uitschijten

infinitivus - infinitiefinfinitive
uitschijten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • schijt uit
 
  • schijt uit jij/je?
jij, je
  • schijt uit
u
  • schijt uit
hij
zij, ze
het
men
  • schijt uit
zij, ze
wij, we
jullie
  • schijten uit
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • uitschijt
dat jij, je
  • uitschijt
dat u
  • uitschijt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • uitschijt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • uitschijten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • scheet uit
zij, ze
wij, we
jullie
  • scheten uit
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • uitscheet
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • uitscheten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • uitgescheten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • uitschijtend