Alle vervoegingen van het werkwoord schelden

infinitivus - infinitiefinfinitive
schelden
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • scheld
 
  • scheld jij/je?
jij, je
  • scheldt
u
  • scheldt
hij
zij, ze
het
men
  • scheldt
zij, ze
wij, we
jullie
  • schelden
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • schold
zij, ze
wij, we
jullie
  • scholden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gescholden
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • scheldend
vertalingenglish translation
  • to curse
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
kwijtschelden
  • scheld kwijt
  • scheldt kwijt
  • schold kwijt
  • scholden kwijt
kwijtgescholden
  • to acquit
  • to absolve
uitschelden
  • scheld uit
  • scheldt uit
  • schold uit
  • scholden uit
uitgescholden