Alle vervoegingen van het werkwoord pluizen

infinitivus - infinitiefinfinitive
pluizen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • pluis
 
  • pluis jij/je?
jij, je
  • pluist
u
  • pluist
hij
zij, ze
het
men
  • pluist
zij, ze
wij, we
jullie
  • pluizen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ploos
zij, ze
wij, we
jullie
  • plozen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • geplozen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • pluizend
vertalingenglish translation
  • to fluff
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
afpluizen
  • pluis af
  • pluist af
  • ploos af
  • plozen af
afgeplozen
    napluizen
    • pluis na
    • pluist na
    • ploos na
    • plozen na
    nageplozen
      uitpluizen
      • pluis uit
      • pluist uit
      • ploos uit
      • plozen uit
      uitgeplozen