Alle vervoegingen van het werkwoord ontspringen

infinitivus - infinitiefinfinitive
ontspringen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • ontspring
 
  • ontspring jij/je?
jij, je
  • ontspringt
u
  • ontspringt
hij
zij, ze
het
men
  • ontspringt
zij, ze
wij, we
jullie
  • ontspringen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ontsprong
zij, ze
wij, we
jullie
  • ontsprongen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • ontsprongen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • ontspringend
vertalingenglish translation
  • to spring
  • to originate from