Alle vervoegingen van het werkwoord lachen

infinitivus - infinitiefinfinitive
lachen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • lach
 
  • lach jij/je?
jij, je
  • lacht
u
  • lacht
hij
zij, ze
het
men
  • lacht
zij, ze
wij, we
jullie
  • lachen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • lachte
zij, ze
wij, we
jullie
  • lachten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gelachen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • lachend
vertalingenglish translation
  • to laugh
  • to smile
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
aanlachen
  • lach aan
  • lacht aan
  • lachte aan
  • lachten aan
aangelachen
    aflachen
    • lach af
    • lacht af
    • lachte af
    • lachten af
    afgelachen
      doodlachen
      • lach dood
      • lacht dood
      • lachte dood
      • lachten dood
      doodgelachen
        tegenlachen
        • lach tegen
        • lacht tegen
        • lachte tegen
        • lachten tegen
        tegengelachen
          toelachen
          • lach toe
          • lacht toe
          • lachte toe
          • lachten toe
          toegelachen
            uitlachen
            • lach uit
            • lacht uit
            • lachte uit
            • lachten uit
            uitgelachen
              weglachen
              • lach weg
              • lacht weg
              • lachte weg
              • lachten weg
              weggelachen
                teruglachen
                • lach terug
                • lacht terug
                • lachte terug
                • lachten terug
                teruggelachen
                  meelachen
                  • lach mee
                  • lacht mee
                  • lachte mee
                  • lachten mee
                  meegelachen