Alle vervoegingen van het werkwoord aflachen

infinitivus - infinitiefinfinitive
aflachen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • lach af
 
  • lach af jij/je?
jij, je
  • lacht af
u
  • lacht af
hij
zij, ze
het
men
  • lacht af
zij, ze
wij, we
jullie
  • lachen af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • aflach
dat jij, je
  • aflacht
dat u
  • aflacht
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aflacht
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aflachen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • lachte af
zij, ze
wij, we
jullie
  • lachten af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • aflachte
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • aflachten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgelachen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • aflachend