Alle vervoegingen van het werkwoord bevelen

infinitivus - infinitief infinitive
bevelen
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • beveel
 
  • beveel jij/je?
jij, je
  • beveelt
u
  • beveelt
hij
zij, ze
het
men
  • beveelt
zij, ze
wij, we
jullie
  • bevelen
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • beval
zij, ze
wij, we
jullie
  • bevalen
participium - voltooid deelwoord past participle
  • bevolen
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • bevelend
vertaling english translation
  • to command
infinitivus infinitief
infinitive
presens tegenwoordige tijd
present tense
imperfectum verleden tijd
past tense
participium voltooid deelwoord
past participle
vertaling engelse vertaling
english translation
aanbevelen
  • beveel aan
  • beveelt aan
  • beval aan
  • bevalen aan
aanbevolen
  • to recommend