Alle vervoegingen van het werkwoord affluiten

infinitivus - infinitiefinfinitive
affluiten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • fluit af
 
  • fluit af jij/je?
jij, je
  • fluit af
u
  • fluit af
hij
zij, ze
het
men
  • fluit af
zij, ze
wij, we
jullie
  • fluiten af
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • affluit
dat jij, je
  • affluit
dat u
  • affluit
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • affluit
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • affluiten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • floot af
zij, ze
wij, we
jullie
  • floten af
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • affloot
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • affloten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • afgefloten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • affluitend