Alle vervoegingen van het werkwoord zijgen

infinitivus - infinitiefinfinitive
zijgen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • zijg
 
  • zijg jij/je?
jij, je
  • zijgt
u
  • zijgt
hij
zij, ze
het
men
  • zijgt
zij, ze
wij, we
jullie
  • zijgen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • zeeg
zij, ze
wij, we
jullie
  • zegen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gezegen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • zijgend
vertalingenglish translation
  • to slump
  • to fall down
  • to filter
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
neerzijgen
  • zijg neer
  • zijgt neer
  • zeeg neer
  • zegen neer
neergezegen
    ineenzijgen
    • zijg ineen
    • zijgt ineen
    • zeeg ineen
    • zegen ineen
    ineengezegen
      inzijgen
      • zijg in
      • zijgt in
      • zeeg in
      • zegen in
      ingezegen