Alle vervoegingen van het werkwoord winden

infinitivus - infinitiefinfinitive
winden
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • wind
 
  • wind jij/je?
jij, je
  • windt
u
  • windt
hij
zij, ze
het
men
  • windt
zij, ze
wij, we
jullie
  • winden
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • wond
zij, ze
wij, we
jullie
  • wonden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gewonden
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • windend
vertalingenglish translation
  • to wind
  • to wind up
infinitivusinfinitief
infinitive
presenstegenwoordige tijd
present tense
imperfectumverleden tijd
past tense
participiumvoltooid deelwoord
past participle
vertalingengelse vertaling
english translation
afwinden
  • wind af
  • windt af
  • wond af
  • wonden af
afgewonden
    omwinden
    • wind om
    • windt om
    • wond om
    • wonden om
    omgewonden
      opwinden
      • wind op
      • windt op
      • wond op
      • wonden op
      opgewonden
        inwinden
        • wind in
        • windt in
        • wond in
        • wonden in
        ingewonden