Alle vervoegingen van het werkwoord voorbrengen

infinitivus - infinitiefinfinitive
voorbrengen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • breng voor
 
  • breng voor jij/je?
jij, je
  • brengt voor
u
  • brengt voor
hij
zij, ze
het
men
  • brengt voor
zij, ze
wij, we
jullie
  • brengen voor
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • voorbreng
dat jij, je
  • voorbrengt
dat u
  • voorbrengt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • voorbrengt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • voorbrengen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • bracht voor
zij, ze
wij, we
jullie
  • brachten voor
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • voorbracht
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • voorbrachten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • voorgebracht
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • voorbrengend