Alle vervoegingen van het werkwoord toescheiden

infinitivus - infinitiefinfinitive
toescheiden
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • scheid toe
 
  • scheid toe jij/je?
jij, je
  • scheidt toe
u
  • scheidt toe
hij
zij, ze
het
men
  • scheidt toe
zij, ze
wij, we
jullie
  • scheiden toe
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • toescheid
dat jij, je
  • toescheidt
dat u
  • toescheidt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • toescheidt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • toescheiden
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • scheidde toe
zij, ze
wij, we
jullie
  • scheidden toe
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • toescheidde
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • toescheidden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • toegescheiden
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • toescheidend