Alle vervoegingen van het werkwoord snuiten

infinitivus - infinitiefinfinitive
snuiten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • snuit
 
  • snuit jij/je?
jij, je
  • snuit
u
  • snuit
hij
zij, ze
het
men
  • snuit
zij, ze
wij, we
jullie
  • snuiten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • snoot
zij, ze
wij, we
jullie
  • snoten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • gesnoten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • snuitend
vertalingenglish translation
  • to blow one's nose