Tegenwoordige tijd van het werkwoord scheiden

infinitivus - infinitiefinfinitive
scheiden
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • scheid
 
  • scheid jij/je?
jij, je
  • scheidt
u
  • scheidt
hij
zij, ze
het
men
  • scheidt
zij, ze
wij, we
jullie
  • scheiden