Alle vervoegingen van het werkwoord ontstijgen

infinitivus - infinitief infinitive
ontstijgen
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • ontstijg
 
  • ontstijg jij/je?
jij, je
  • ontstijgt
u
  • ontstijgt
hij
zij, ze
het
men
  • ontstijgt
zij, ze
wij, we
jullie
  • ontstijgen
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ontsteeg
zij, ze
wij, we
jullie
  • ontstegen
participium - voltooid deelwoord past participle
  • ontstegen
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • ontstijgend
vertaling english translation
  • to transcend
  • to excel
  • to exceed