Tegenwoordige tijd van het werkwoord ontluiken

infinitivus - infinitiefinfinitive
ontluiken
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • ontluik
 
  • ontluik jij/je?
jij, je
  • ontluikt
u
  • ontluikt
hij
zij, ze
het
men
  • ontluikt
zij, ze
wij, we
jullie
  • ontluiken