Alle vervoegingen van het werkwoord ontgelden

infinitivus - infinitief infinitive
ontgelden
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • ontgeld
 
  • ontgeld jij/je?
jij, je
  • ontgeldt
u
  • ontgeldt
hij
zij, ze
het
men
  • ontgeldt
zij, ze
wij, we
jullie
  • ontgelden
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • ontgold
zij, ze
wij, we
jullie
  • ontgolden
participium - voltooid deelwoord past participle
  • ontgolden
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • ontgeldend
vertaling english translation
  • to suffer
  • to have to pay for