Alle vervoegingen van het werkwoord medebrengen

infinitivus - infinitiefinfinitive
medebrengen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • breng mede
 
  • breng mede jij/je?
jij, je
  • brengt mede
u
  • brengt mede
hij
zij, ze
het
men
  • brengt mede
zij, ze
wij, we
jullie
  • brengen mede
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • medebreng
dat jij, je
  • medebrengt
dat u
  • medebrengt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • medebrengt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • medebrengen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • bracht mede
zij, ze
wij, we
jullie
  • brachten mede
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • medebracht
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • medebrachten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • medegebracht
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • medebrengend