Alle vervoegingen van het werkwoord kluiven

infinitivus - infinitief infinitive
kluiven
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • kluif
 
  • kluif jij/je?
jij, je
  • kluift
u
  • kluift
hij
zij, ze
het
men
  • kluift
zij, ze
wij, we
jullie
  • kluiven
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • kloof
zij, ze
wij, we
jullie
  • kloven
participium - voltooid deelwoord past participle
  • gekloven
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • kluivend
vertaling english translation
  • to gnaw
infinitivus infinitief
infinitive
presens tegenwoordige tijd
present tense
imperfectum verleden tijd
past tense
participium voltooid deelwoord
past participle
vertaling engelse vertaling
english translation
afkluiven
  • kluif af
  • kluift af
  • kloof af
  • kloven af
afgekloven