Alle vervoegingen van het werkwoord invechten

infinitivus - infinitiefinfinitive
invechten
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • vecht in
 
  • vecht in jij/je?
jij, je
  • vecht in
u
  • vecht in
hij
zij, ze
het
men
  • vecht in
zij, ze
wij, we
jullie
  • vechten in
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • invecht
dat jij, je
  • invecht
dat u
  • invecht
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • invecht
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • invechten
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • vocht in
zij, ze
wij, we
jullie
  • vochten in
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • invocht
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • invochten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • ingevochten
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • invechtend