Tegenwoordige tijd van het werkwoord herlezen

infinitivus - infinitiefinfinitive
herlezen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • herlees
 
  • herlees jij/je?
jij, je
  • herleest
u
  • herleest
hij
zij, ze
het
men
  • herleest
zij, ze
wij, we
jullie
  • herlezen