Alle vervoegingen van het werkwoord grootbrengen

infinitivus - infinitiefinfinitive
grootbrengen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • breng groot
 
  • breng groot jij/je?
jij, je
  • brengt groot
u
  • brengt groot
hij
zij, ze
het
men
  • brengt groot
zij, ze
wij, we
jullie
  • brengen groot
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • grootbreng
dat jij, je
  • grootbrengt
dat u
  • grootbrengt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • grootbrengt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • grootbrengen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • bracht groot
zij, ze
wij, we
jullie
  • brachten groot
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • grootbracht
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • grootbrachten
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • grootgebracht
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • grootbrengend
vertalingenglish translation
  • to rise
  • to bring up