Alle vervoegingen van het werkwoord gebieden

infinitivus - infinitief infinitive
gebieden
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • gebied
 
  • gebied jij/je?
jij, je
  • gebiedt
u
  • gebiedt
hij
zij, ze
het
men
  • gebiedt
zij, ze
wij, we
jullie
  • gebieden
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • gebood
zij, ze
wij, we
jullie
  • geboden
participium - voltooid deelwoord past participle
  • geboden
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • gebiedend
vertaling english translation
  • to command
  • to order