Alle vervoegingen van het werkwoord dichtweven

infinitivus - infinitief infinitive
dichtweven
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • weef dicht
 
  • weef dicht jij/je?
jij, je
  • weeft dicht
u
  • weeft dicht
hij
zij, ze
het
men
  • weeft dicht
zij, ze
wij, we
jullie
  • weven dicht
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgorde present tense
dat ik
  • dichtweef
dat jij, je
  • dichtweeft
dat u
  • dichtweeft
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dichtweeft
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dichtweven
imperfectum - verleden tijd past tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • weefde dicht
zij, ze
wij, we
jullie
  • weefden dicht
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgorde past tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dichtweefde
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dichtweefden
participium - voltooid deelwoord past participle
  • dichtgeweven
participium praesentis - onvoltooid deelwoord present participle
  • dichtwevend