Alle vervoegingen van het werkwoord dichtspringen

infinitivus - infinitiefinfinitive
dichtspringen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • spring dicht
 
  • spring dicht jij/je?
jij, je
  • springt dicht
u
  • springt dicht
hij
zij, ze
het
men
  • springt dicht
zij, ze
wij, we
jullie
  • springen dicht
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • dichtspring
dat jij, je
  • dichtspringt
dat u
  • dichtspringt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dichtspringt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dichtspringen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • sprong dicht
zij, ze
wij, we
jullie
  • sprongen dicht
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dichtsprong
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dichtsprongen
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • dichtgesprongen
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • dichtspringend