Alle vervoegingen van het werkwoord dichtrijden

infinitivus - infinitiefinfinitive
dichtrijden
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • rij dicht
  • rijd dicht
 
  • rij dicht jij/je?
  • rijd dicht jij/je?
jij, je
  • rijdt dicht
u
  • rijdt dicht
hij
zij, ze
het
men
  • rijdt dicht
zij, ze
wij, we
jullie
  • rijden dicht
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • dichtrij
  • dichtrijd
dat jij, je
  • dichtrijdt
dat u
  • dichtrijdt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dichtrijdt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dichtrijden
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • reed dicht
zij, ze
wij, we
jullie
  • reden dicht
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dichtreed
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dichtreden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • dichtgereden
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • dichtrijdend