Alle vervoegingen van het werkwoord dankzeggen

infinitivus - infinitiefinfinitive
dankzeggen
Bol.com Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijdpresent tense
ik
  • zeg dank
 
  • zeg dank jij/je?
jij, je
  • zegt dank
u
  • zegt dank
hij
zij, ze
het
men
  • zegt dank
zij, ze
wij, we
jullie
  • zeggen dank
presens - tegenwoordige tijd - bijzinvolgordepresent tense
dat ik
  • dankzeg
dat jij, je
  • dankzegt
dat u
  • dankzegt
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dankzegt
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dankzeggen
imperfectum - verleden tijdpast tense
ik
jij, je
u
hij
zij, ze
het
men
  • zei dank
  • zegde dank
zij, ze
wij, we
jullie
  • zeiden dank
  • zegden dank
imperfectum - verleden tijd - bijzinvolgordepast tense
dat ik
dat jij, je
dat u
dat hij
dat zij, ze
dat het
dat men
  • dankzei
  • dankzegde
dat zij, ze
dat wij, we
dat jullie
  • dankzeiden
  • dankzegden
participium - voltooid deelwoordpast participle
  • dankgezegd
participium praesentis - onvoltooid deelwoordpresent participle
  • dankzeggend