Tegenwoordige tijd van het werkwoord blijken

infinitivus - infinitief infinitive
blijken
Outlet
Bol.com Algemeen
presens - tegenwoordige tijd present tense
ik
  • blijk
 
  • blijk jij/je?
jij, je
  • blijkt
u
  • blijkt
hij
zij, ze
het
men
  • blijkt
zij, ze
wij, we
jullie
  • blijken